Het album kent 86 fotos (2 bladzijden).

<   1   2   >
IMG_2750.JPGIMG_2751.JPGIMG_2752.JPGIMG_2753.JPGIMG_2754.JPG
IMG_2755.JPGIMG_2756.JPGIMG_2757.JPGIMG_2758.JPGIMG_2759.JPG
IMG_2760.JPGIMG_2761.JPGIMG_2762.JPGIMG_2763.JPGIMG_2764.JPG
IMG_2765.JPGIMG_2766.JPGIMG_2767.JPGIMG_2768.JPGIMG_2769.JPG
IMG_2771.JPGIMG_2772.JPGIMG_2773.JPGIMG_2774.JPGIMG_2776.JPG
IMG_2777.JPGIMG_2778.JPGIMG_2779.JPGIMG_2780.JPGIMG_2781.JPG
IMG_2782.JPGIMG_2783.JPGIMG_2784.JPGIMG_2785.JPGIMG_2786.JPG
IMG_2787.JPGIMG_2788.JPGIMG_2789.JPGIMG_2790.JPGIMG_2791.JPG
IMG_2792.JPGIMG_2793.JPGIMG_2794.JPGIMG_2795.JPGIMG_2796.JPG
IMG_2797.JPGIMG_2798.JPGIMG_2799.JPGIMG_2801.JPGIMG_2802.JPG
<   1   2   >

Waterpolo

Geschiedenis

De geschiedenis van het waterpolo begint in 1869 in Engeland. Een aantal zwemmers bedacht een spel met een bal: 'voetbal in het water'. Het spel leek op waterpolo. Maar een paar spelregels waren
anders. Nu maak je bijvoorbeeld een doelpunt door de bal tussen de doelpalen te gooien. Vroeger waren er nog geen doelen. Elke partij had een eigen mat. Je maakte een punt door de bal op de
drijvende mat van de tegenpartij te leggen. Sommige spelregels zijn wel hetzelfde gebleven. Net als bij het huidige waterpolo mocht je niet op de bodem van het zwembad staan. Ook mocht je de bal niet
met twee handen vangen. De spelregels werden regelmatig veranderd. In het begin was waterpolo een sport die alleen in Engeland, Ierland en Schotland werd gespeeld. Vanaf 1894 werd het spel ook
gespeeld in de rest van Europa. In 1900 in Parijs was waterpolo de eerste teamsport op de Olympische Spelen.

Spelregels

Speelduur

Een wedstrijd bestaat uit vier perioden. Het verschilt per leeftijd hoelang een periode duurt. Bij de allerjongsten duurt een periode vier minuten. Bij de volwassenen duurt een periode acht
minuten. Als het spel stil ligt wordt de klok stop gezet.

Teams

Twee teams spelen tegen elkaar. Per team liggen er zes spelers en een keeper in het water. Er mag vaak gewisseld worden.

Begin van de wedstrijd

De twee teams liggen bij hun doel. De scheidsrechter gooit de bal in het midden. Hij fluit. Dan mag iedereen naar de bal zwemmen. Het team dat de bal als eerste heeft, mag verder spelen.

De winnaar

Het team met de meeste doelpunten wint de wedstrijd.

Scheidsrechter en jury

Een scheidsrechter zorgt ervoor dat de wedstrijd goed verloopt. De spelers kunnen de scheidsrechter in het water niet goed horen. Daarom gebruikt de scheidsrechter handgebaren en een fluitje. Ook is er
een jury. De jury let op de tijd, houdt de score bij en houdt bij wie eruit gestuurd wordt.

Spelregels

De belangrijkste spelregels zijn:

  • je mag de bal niet met twee handen vasthouden;
  • je mag de bal niet onder water duwen;
  • als je de bal vasthebt, mag je tegenstander je aanraken. Hij mag je voorzichtig onder duwen. Ook mag hij proberen de bal af te pakken;
  • je mag niet op de bodem staan of aan de kant hangen;
  • als je een vrije bal hebt, mag je niet aangevallen worden.

Manmeer

Als je een zware overtreding maakt, word je uit het water gestuurd. Bijvoorbeeld als je iemand aan zijn benen trekt. Je moet dan in een hoek van het zwembad gaan liggen. De tegenpartij heeft dan een 'man
meer'. Zij proberen natuurlijk een doelpunt te maken. Na twintig seconden mag je weer terugkomen. Maar als je drie keer uit het water wordt gestuurd mag je niet meer meedoen aan de wedstrijd.

Materiaal

In het water liggen twee doelen. Ook liggen er lijnen in het water. De lijnen laten zien waar het speelveld begint en eindigt. Verder heb je natuurlijk een bal nodig. Kinderen spelen met een kleine bal.
De bal van volwassenen is net zo groot als een voetbal. Wel is de bal zwaarder dan een voetbal. De zwempakken en zwembroeken zijn vaak superglad. Zo kan de tegenstander je minder goed
vastpakken. Ook heeft elke speler een cap op. Spelers van hetzelfde team hebben dezelfde kleur cap. De scheidsrechter en het publiek kunnen zo goed zien wie er bij elkaar horen. Alleen de keeper heeft
een andere kleur cap. Op de caps staat een nummer.

Training

Op een training is aandacht voor:
- snelheid: Snelheid is belangrijk tijdens een wedstrijd. Veel trainingen beginnen met een paar banen
inzwemmen om op te warmen. Daarna wordt er een paar banen gesprint.
- oefenen met de bal: In het begin is het bijvoorbeeld best lastig om de bal met één hand te
vangen. Ook wordt er veel geoefend met het schieten op doel.
- spelsituaties: Je oefent bijvoorbeeld hoe je kunt scoren als je een Manmeer situatie hebt.

Toppers

Veel Nederlandse toppers spelen in het buitenland. Daar krijgen ze goed betaald voor het waterpolo.
In Nederland krijgen de meeste waterpoloërs niet betaald. Ze hebben vaak ook nog een baan of
studeren. Bekende waterpoloërs zijn: Iefke van Belkum, Gillian van den Berg en Daniëlle de Bruijn bij
de vrouwen en Gerben Silvis, Marc Nolting en Robert van den Hoogenband bij de mannen.

En verder…

Vanaf 1990 gingen er steeds minder kinderen op waterpolo. De KNZB vond dat erg jammer. Zij
bedachten een waterpolojeugdplan. Ze verzonnen speciaal voor kinderen minipolo. Sindsdien zijn veel
jonge kinderen gaan waterpoloën.
Minipolo is er voor kinderen vanaf zes jaar. Met minipolo kunnen kinderen op een leuke manier
kennismaken met het 'echte' polo. Minipolo lijkt op waterpolo, maar de spelregels zijn makkelijker. De
jongste kinderen mogen bijvoorbeeld de bal met twee handen vangen, er is geen vaste keeper en ze
mogen in het water staan.
Waterpolo is een teamsport. Elk team bestaat uit zes spelers en een keeper. Tijdens het spel is het de bedoeling dat de bal wordt overgegooid om vervolgens in het doel van de tegenstander te belanden. Is de bal in het bezit van de tegenstander, dan moet de bal worden afgepakt. Als de speeltijd is verstreken, is het team met de meeste doelpunten winnaar.

Deze sport kan beoefend worden door jongens en meisjes vanaf 6 jaar, mits zij in het bezit zijn van het zwemdiploma A en B. Ook senioren zijn in deze afdeling vertegenwoordigd. Wedstrijden worden gespeeld vanaf 6 jaar t/m 9 jaar in kleinere teams op het halve speelveld. Dit heet dan MINI-WATERPOLO. Vanaf ongeveer 10 jaar kan als pupil in een gewoon waterpoloteam gespeeld worden. Tot 14 jaar spelen jongens en meisjes samen in een team; daarna worden de teams gescheiden in jongens/heren of meisjes/dames. De waterpolowedstrijden worden voornamelijk op zaterdagmiddag gehouden. Soms staat een training in het teken van het verbeteren van de zwemtechnieken, met name de borstcrawl. Tijdens de ene training wordt bijvoorbeeld specifiek de aandacht gericht op het verbeteren van de baltechniek, terwijl een andere keer de nadruk ligt op het verbeteren van het spelinzicht tijdens de wedstrijden.

Waterpolo is een leuke sport omdat:

  • In tegenstelling tot wat over het algemeen gezegd wordt, waterpolo geen gemene sport is.
  • Er tijdens de wedstrijden weinig blessures voorkomen.
  • Het een echte teamsport is waarbij het spel voorop staat.
  • Je veel conditie opbouwt.

Wil je een keertje de sfeer proeven bij afdeling Waterpolo, kom dan gerust naar Sportcentrum De Meent voor een proefles.